De verplichting van de hidjaab

Leestijd 11 minuten
De verplichting van de hidjaab

Allah houdt van reinheid en kuisheid en heeft om die reden elke verdorvenheid verboden verklaard. Een van die verdorvenheden is ontucht. Het behoort tot de barmhartigheid van Allah dat Hij niet enkel de verdorvenheden verbiedt, maar ook de wegen die daarnaartoe kunnen leiden. Zo is het naast ontucht ook verboden (voor de mannen) om zonder geldige reden te kijken naar een niet-verwante vrouw. Daarnaast is het niet toegestaan voor een niet-verwante man en vrouw om zich samen af te zonderen of fysiek contact te hebben. Ook het dragen van de hidjaab is zo’n voorschrift ter bescherming van de goede zeden.

 

De hidjaab is de laatste jaren het mikpunt van aanval en kritiek en sommige critici durven zelfs de religieuze verplichting van de hidjaab ter discussie te stellen. Degenen die beweren dat de hidjaab geen islamitisch voorschrift is, beroepen zich op een aantal argumenten. Een van de voornaamste argumenten is dat de hidjaab nergens in de Koran genoemd zou zijn. Om te voorkomen dat moslims, zowel mannen als vrouwen, misleid worden door dit soort simplistische en fundamenteel onjuiste argumenten, zal ik in dit artikel middels bewijzen uit de Koran, Sunnah en het commentaar van geleerden daarop, aantonen dat het dragen van de hidjaab niet alleen verplicht is, maar dat de verplichting daarvan zelfs buiten kijf staat en nooit ter discussie heeft gestaan.

Bewijzen uit de Koran

Er zijn meerdere verzen in de Koran te vinden die duiden op de verplichting voor de vrouw om zich te bedekken. In dit artikel zal ik me beperken tot drie van deze verzen. En alle drie benadrukken ze niet alleen de verplichting ervan, maar wordt steeds ook een van de wijsheden genoemd achter het dragen van de hidjaab.

#1 – Soerah Al-Ahzaab, vers 59:

“O Profeet, zeg tegen jouw echtgenotes, jouw dochters en de echtgenotes van de gelovigen dat zij hun djilbabs over zich heen dienen te laten hangen. Dat is beter, zodat zij herkend zullen worden en niet lastig worden gevallen. En Allah is Meest Vergevensgezind, Meest Genadevol.”

 

In dit vers gebiedt Allah Zijn Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam, om zijn vrouwen, dochters en de vrouwen van de gelovigen op te dragen hun djilbabs over zich heen te laten hangen. Een dijlbab is een groot kledingstuk dat het gehele lichaam bedekt. Al-Qortobie zegt in zijn uitleg van dit vers:

 

“De juiste definitie hiervan (d.w.z. djilbab) is dat het een kledingstuk is wat het gehele lichaam bedekt.”[1]

 

Het over je heen laten hangen van de djilbab betekent daarmee dat je je gehele lichaam bedekt.[2]

 

Vervolgens geeft Allah een van de wijsheden van het bedekken van het lichaam prijs, namelijk: herkend worden, zodat je niet wordt lastiggevallen. Hiermee wordt bedoeld, zoals onder andere door At-Tabarie en Al-Qortobie is uitgelegd, dat ze herkend worden als vrije vrouwen en niet als slavinnen bestempeld worden, zodat ze niet lastig gevallen worden door hitsige mannen. Met het dragen van een hidjaab geef je dus een duidelijk signaal af aan omstanders; dat je een kuise vrouw bent die niet benaderbaar is voor buitenechtelijke liefdesrelaties.

#2 – Soerah An-Noer, vers 31:

“En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij hun blikken moeten neerslaan, over hun geslachtsdelen moeten waken en hun schoonheid niet moeten onthullen, behalve datgene wat daar zichtbaar van is. En laat hen hun sluiers over hun kragen heen slaan.”

 

Nadat Allah de gelovige vrouwen heeft opgedragen om hun blikken neer te slaan en over hun geslachtsdelen te waken, draagt Hij hen op om ‘hun schoonheid niet te onthullen…’. Schoonheid omvat hier alles wat een vrouw siert en aantrekkelijk maakt, zowel de lichaamsdelen als de opmaak en versiering hiervan door make-up of sieraden. Het niet onthullen hiervan betekent niet alleen dat het niet ontbloot is, maar ook dat de vorm van de lichaamsdelen niet zichtbaar is.

 

Vervolgens zondert Allah ‘datgene wat daar zichtbaar van is’ uit. Bij het analyseren van de verschillende uitspraken van geleerden over wat wordt bedoeld met ‘…behalve datgene wat daar zichtbaar van is’, wordt duidelijk dat niemand van hen de haren, hals, armen, borsten, buik, rug, heupen of benen heeft genoemd als uitzondering. Hiermee is het evident dat er consensus bestaat onder de geleerden over de plicht om deze lichaamsdelen te bedekken.

 

Vervolgens doet Allah het verbod op het onthullen van de schoonheid opvolgen door het gebod: ‘En laat hen hun sluiers over hun kragen heen slaan’, waardoor het verbod extra kracht wordt bijgezet. Allah zegt hier dat de gelovige vrouwen hun gimaars – wat een kledingstuk is waarmee je je hoofd bedekt – over hun kragen heen dienen te slaan. De aanleiding hiervoor was dat de vrouwen in het pre-islamitische tijdperk hun gimaars naar achteren sloegen, waardoor hun halzen en kettingen zichtbaar waren. Nu werden de gelovige vrouwen opgedragen om hun gimaars niet naar achteren maar naar voren te slaan, zodat deze over hun kragen vielen en zo niets van hun hals zichtbaar zou zijn.[3]

 

De wijsheid achter het verbod om je schoonheid te onthullen en het gebod om je hals te bedekken, is datgene wat in het begin van het vers genoemd wordt, namelijk het waken over de kuisheid. Het dragen van de hidjaab is dus een fundamenteel onderdeel van het bewaken van de kuisheid.

 

Dat er een verband is tussen de manier waarop we onszelf in het openbaar vertonen en onzedelijk gedrag, is evident. Ondanks dat vandaag de dag dit verband ontkend wordt en hard gewerkt wordt om de vrouw de volledige ‘vrijheid’ te geven in hoe zij zich (niet) kleedt, getuigen de vele voorvallen van seksueel ongewenst gedrag, aanrandingen en verkrachtingen van het tegenovergestelde. Vaak wordt dan tegengeworpen dat het niet de schuld van de vrouw kan zijn als zij wordt aangerand, omdat zij schaars gekleed is, en deze mening deel ik, maar als we de vrouw tegen dit soort wandaden willen beschermen, is het kijken naar wie de schuldige is niet voldoende. We moeten kijken naar hoe dit voorkomen kan worden. Het aanpakken van de dader is daarbij zeker hoofdzaak, maar dat de vrouw preventief te werk gaat en geen (bedoeld of onbedoeld) verkeerde signalen afgeeft, is zeker geen bijzaak. Volhouden dat het veroordelen van de dader voldoende is en dat de vrijheid om je te kleden zoals je wil ongelimiteerd moet blijven, is accepteren dat seksueel ongewenst gedrag in dezelfde mate blijft doorgaan.

#3 – Soera Al-Ahzaab, vers 53:

“En wanneer jullie hun (d.w.z. de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam) om iets vragen, vraag hun dan van achter een afscherming. Dat is reiner voor jullie harten en hun harten.”

 

Allah draagt de gelovige mannen op dat wanneer zij de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam iets willen vragen, dit te doen van achter een afscherming, zodat ze elkaar niet kunnen zien. Ondanks dat Allah het toestaat om de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam te vragen wat zij nodig hebben, zoals het lenen van alledaagse benodigdheden of het stellen van een vraag omtrent een religieuze kwestie, stelt Hij als restrictie dat dit geschiedt zonder elkaar te hoeven zien. Dus het hebben van een geldige reden om iets te vragen aan hen, betekent niet dat je daarmee vrij spel hebt en hen mag zien.

 

Ondanks dat dit vers over de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam gaat, is dit indirect ook een boodschap naar alle andere mannen en vrouwen. Immers, als het gebod geldt voor de metgezellen – de beste mannen van deze gemeenschap – en de vrouwen van de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam – de beste vrouwen van deze gemeenschap – dan geldt dit zeker ook voor de rest van de mannen en vrouwen, die zwakker zijn qua geloof. Bovendien is de reden voor dit gebod – het gebod om elkaar van achter een afscherming iets te vragen – een reden die voor alle mensen geldt: het beschermen van alle partijen tegen onzedelijke gedachten.

 

Hiermee komen we aan bij de wijsheid die Allah in dit vers noemt: ‘Dat is reiner voor jullie harten en hun harten’. Dat wil zeggen dat wanneer mannen en vrouwen elkaar niet zien, dit reiner is voor hun harten. Het oog is namelijk een doorgang naar het hart; zolang het oog geen zicht heeft op iets aantrekkelijks, zal het hart hier niet naar verlangen en rein blijven van slechte gedachten.

Bewijzen uit de Sunnah

De Sunnah is een weerspiegeling van de Koran. Het kan niet zo zijn dat de Koran tot iets aanspoort, terwijl uit de Sunnah het tegenovergestelde blijkt. Daarom zijn er vele bewijzen uit de Sunnah die duiden op de verplichting van de hidjaab. Enkele hiervan zijn:

#1 – Hadieth ‘De vrouw is ‘awrah’:

Het is overgeleverd door o.a. at-Tirmidhie op gezag van ‘Abdoellaah ibn Mas’oed (radiyallahu ‘anhu) dat de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam heeft gezegd:

 

“De vrouw is ‘awrah….”[4]

 

‘Awrah betekent het deel van het lichaam dat bedekt moet worden. Uit bovenstaande hadieth blijkt dat het gehele lichaam van de vrouw ‘awrah is, oftewel bedekt moet worden. Daarvan mag niets zonder bewijs uitgezonderd worden.

#2 – Hadieth ‘Toen het vers over de hidjaab neerdaalde’:

Het is overgeleverd door Al-Buchaarie op gezag van ‘Aaisha (radiyallahu ’anhaa) dat zij zei:

 

“Toen het vers ‘En laat hen hun sluiers over hun kragen heen slaan’ neerdaalde, scheurden zij hun gewaden van de zijkanten en bedekten zij zich daarmee.”[5]

 

Deze overlevering schetst de wijze van praktiseren door de gelovige vrouwen direct na de neerdaling van het vers over de hidjaab. Zij bedekten gelijk hun gehele lichaam, zodat niets daarvan zichtbaar was. Tevens maken we uit deze overlevering de interpretatie op van de gelovige vrouwen in die tijd, namelijk dat het Koranvers in soerah an-Noer verwijst naar de bedekking van het hele lichaam, inclusief het hoofd. Was hun interpretatie verkeerd geweest, dan zou de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam hen gecorrigeerd hebben, zoals hij vaker deed bij verzen die niet juist geïnterpreteerd werden door de metgezellen.

#3 – Hadieth ‘Gekleed doch naakt’:

Het is overgeleverd door Muslim op gezag van Aboe Hurayrah (radiyallahu ‘anhu) dat de Boodschapper van Allah, sallallahu ‘alayhi wa sallam, heeft gezegd:

 

“Twee groepen inwoners van het Vuur heb ik (in mijn tijd nog) niet gezien: een volk met zwepen, als de staarten van de koeien, waarmee zij de mensen slaan. En vrouwen die gekleed doch naakt zijn. Heupwiegend en (ook) anderen hiertoe brengend. Hun hoofden zijn als de bulten van wiegende kamelen. Zij zullen het Paradijs niet binnentreden en zij zullen haar geur niet ruiken ook al is haar geur, waarlijk, van zo en zo’n afstand te ruiken.”[6]

 

Met ‘gekleed doch naakt’ wordt bedoeld dat hun kleding ofwel te kort is waardoor het niet het gehele lichaam bedekt, ofwel te strak of te doorschijnend is, waardoor men door de kleding heen de huid of de vorm van het lichaam kan zien. Imam An-Nawawie heeft gezegd:

 

“De betekenis van ‘gekleed doch naakt’ is dat de vrouw een deel van haar lichaam ontbloot om haar schoonheid te tonen, waardoor zij gekleed doch naakt is. Er is ook gezegd dat de betekenis is dat zij dunne kleding draagt, waardoor hetgeen daaronder zichtbaar is.”[7]

 

Dat de Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam dit soort vrouwen tot de inwoners van het Vuur rekent en het binnentreden van het Paradijs uitsluit, betekent niet alleen dat het niet dragen van de correcte hidjaab een zonde is, maar dat het zelfs tot de grote zonden behoort.

Consensus omtrent de verplichting van de hidjaab

De bewijzen uit de Koran en de Sunnah zijn voldoende om vast te stellen dat de hidjaab verplicht is. En uit de uitspraken van geleerden over welk deel van het lichaam vrijgesteld is van de verplichting om te bedekken, kan worden opgemaakt dat zij het er unaniem over eens zijn dat het bedekken van de niet-uitgezonderde lichaamsdelen verplicht is, waaronder het hoofd.

 

Ibn ‘Abd al-Barr heeft gezegd:

 

“De geleerden zijn het er unaniem over eens dat het bedekken van de ‘awrah verplicht is voor alle mensen.”[8]

 

En zo zei Ibn Hazm:

 

“Zij (de geleerden) zijn het erover eens dat het haar van de vrije vrouw en haar lichaam, met uitzondering van haar gezicht en handen, ‘awrah is. Maar zij verschillen van mening over het gezicht en de handen, of deze wel of niet tot de ‘awrah behoren.”[9]

 

Het feit dat alle geleerden het hierover eens zijn en geen enkele (vroegere) geleerde hier een andere interpretatie op nahield, laat zien dat dit de correcte interpretatie is zoals Allah het bedoeld heeft. De Profeet, sallallahu ‘alayhi wa sallam zei immers: ‘’Allah zal mijn gemeenschap nooit verenigen op een dwaling.’’[10]

Slotwoord

Het moge duidelijk zijn, met de wil van Allah, dat de hidjaab een religieuze plicht is waar geen twijfel over mag bestaan. Ieder gelovig en weldenkend mens zal dit beamen. Dan rest alleen nog dat de gelovige vrouwen gehoor geven aan deze religieuze plicht. Natuurlijk is iedere vrouw vrij om zelf de keuze te maken of zij de hidjaab wil dragen of niet, maar de Koran leert ons ook dat het een gelovige man of vrouw niet past om zelf te kiezen, als Allah iets al bepaald heeft.

 

“En het past een gelovige man en een gelovige vrouw niet, wanneer Allah en Zijn boodschapper een besluit over een zaak hebben genomen, om een (andere) keuze te maken in hun zaak. En wie Allah en Zijn boodschapper ongehoorzaam is, is zeker duidelijk afgedwaald.”[11]

 

We vragen Allah om ons te leiden naar datgene wat juist is, en Allah weet het beter!

[1] Al-Djaami’ li ahkaam al-Qor`aan, Al-Qortobie

[2] Tafsier at-Tabarie, Ibn Djarier at-Tabarie

[3] Al-Djaami’ li ahkaam al-Qor`aan, Al-Qortobie

[4] At-Tirmidhie

[5] Al-Buchaarie

[6] Muslim

[7] Al-Minhaaj sharh Sahih Muslim ibn Hajjaaj, An-Nawawie

[8] Al-Istidhkaar, Ibn ‘Abd al-Barr

[9] Maraatib al-Idjmaa’, Ibn Hazm

[10] At-Tirmidhie

[11] Soerah Al-Ahzaab, vers 36

Ook interessant!