Afgelopen week richtte Nieuwsuur zijn pijlen op het bijzonder onderwijs. In twee uitzendingen werden islamitische en reformatorische scholen neergezet als plekken waar leerlingen geschaad zouden worden door dubbele, botsende boodschappen over religie en maatschappij. Kasım Tekin betoogt in dit artikel het tegendeel: het islamitisch onderwijs leert kinderen juist dieper na te denken over de wereld om hen heen.
‘Stel, je bent een meisje van negen en zit op een reformatorische school. Je leert dat je zelf keuzes mag maken, maar ook God moet gehoorzamen.’
Zo begon de recente Nieuwsuur-uitzending waarin islamitisch onderwijs voor de zoveelste keer in een verdomhoekje werd gezet. Ditmaal stonden islamitische én reformatorische scholen samen in het vizier met als doel artikel 23 van de Grondwet – dat vrijheid van onderwijs waarborgt – ter discussie te stellen.
In twee uitzendingen van telkens een uur kregen kijkers een reeks fragmenten te horen die tussendoor werden geduid door verontruste experts, die zich over van alles ‘verwonderden’, behalve over hun eigen onwetendheid over religieus onderwijs. Met ideologisch gedreven verontwaardiging en onafgebroken onheilspellende muziek op de achtergrond werden theologische onderwerpen die in werkelijkheid slechts een fractie van het lesprogramma uitmaken, gepresenteerd als gevaarlijk en schadelijk voor kinderen.
De beschuldiging van een ‘dubbele boodschap’
Er was veel aandacht voor een bekende beschuldiging: door enerzijds te leren dat iets niet mag van het geloof en tegelijkertijd te stellen dat het wettelijk nu eenmaal anders geregeld is, geven religieuze scholen leerlingen een ‘dubbele boodschap’, aldus een ‘expert’.
Dat is flauwekul. Islamitisch onderwijs geeft geen dubbele, maar juist geavanceerde boodschappen. Boodschappen waarin geen ruimte is voor het simplisme dat het publieke debat tegenwoordig domineert, maar waarin leerlingen leren denken in meerdere dimensies tegelijk. Zo leren kinderen en adolescenten schakelen tussen verschillende perspectieven en complexe realiteiten, zodat zij zich beter kunnen verhouden tot de diverse wereld om hen heen.
Dat complexe denken kunnen kinderen heel goed. Sterker nog, zij zijn hierin vaak veel leerbaarder en flexibeler dan volwassenen. Zo heb ik me bij mijn eigen kinderen altijd verbaasd over hoe jong zij al inzagen dat er binnen de familie goede én foute moslims waren, maar ook slechte én goede niet-moslims, en dat je met iedereen goed moet omgaan en van hen kunt houden in hun hoedanigheid als familielid; hoe fel je bepaalde zaken ook afkeurt.
Of en hoe reformatorische scholen dit geavanceerde denken onderwijzen, laat ik in het midden. Maar islamitische scholen blinken erin uit. Dat komt door de aard van de islam, maar ook door de voortdurende overheidsdiscriminatie die deze scholen al decennialang hebben moeten doorstaan. Onbedoeld heeft dat ervoor gezorgd dat er intern altijd veel is nagedacht over de best mogelijke vormen van burgerschapsonderwijs te midden van alle maatschappelijke spanningen, zonder daarin de eigen identiteit te verloochenen. Mede hierdoor is het islamitisch onderwijs in veel opzichten veel rijker en waardevoller dan andere vormen van onderwijs.
Religieus onderwijs claimt geen neutraliteit of maatschappelijke norm
De ironie is dat de mensen die in de uitzending hun onbegrip en verontwaardiging tentoonspreidden, juist het levende bewijs vormen van wat er ontstaat wanneer dit soort vorming ontbreekt: het onvermogen te bevatten dat anderen ook anders kunnen denken.
Wat het islamitisch onderwijs over het algemeen aantoonbaar beter doet dan het openbaar onderwijs, is dat het geen neutraliteit claimt, maar zijn eigen perspectief erkent. Het openbaar onderwijs doet die claim over het algemeen wel. Daar heerst vaak de gevaarlijke illusie van neutraliteit. Men zegt er ‘kleurenblind’ te zijn en presenteert dat als een deugd, maar verliest zo het zicht op de werkelijke verschillen die wél bestaan. Daarmee worden leerlingen in een dominant kader geduwd — doorgaans datgene wat de overheid op dat moment als norm stelt.
Leerlingen leren zo dat hun ideeën vanzelfsprekend en universeel zijn: ‘zo doen we dat in Nederland’ en anders ben je niet echt Nederlands. Daardoor raken ze verblind voor hoe ideologisch gekleurd hun eigen wereldbeeld eigenlijk is. En juist dát vormt de voedingsbodem voor de groeiende intolerantie in Nederland, vooral tegenover minderheden.
Islamitische scholen doen het anders. Zij zeggen niet: ‘dit is de norm binnen de maatschappij.’ Integendeel. Over hun afwijkende religieuze wereldbeeld zijn zij juist heel duidelijk naar hun leerlingen (en duidelijkheid is precies wat de ‘experts’ van Nieuwsuur willen, toch?). Daarover zeggen islamitische scholen namelijk:
- Dit is ónze visie op zaken;
- Anderen denken daar (een beetje, of juist heel) anders over;
- En in Nederland mag dat; hoe gaan wij daar nu op een volwassen manier mee om?
Dat gesprek leidt niet tot bekrompenheid, maar juist tot reflectie en maatschappelijke bewustwording. Leerlingen leren omgaan met verschillen, hun gedrag af te stemmen zonder hun waarden te verloochenen, en ontwikkelen zo een gezond gevoel van identiteit en verantwoordelijkheid. Dat is alleen mogelijk wanneer zij weten wat het religieuze oordeel over bepaalde zaken is en waarom dat zo is. Alleen dan kunnen zij stevig in hun identiteit staan en juist daardoor minder vatbaar worden voor de xenofobie die steeds vaker zichtbaar wordt bij mensen zonder helder beeld van hun eigen identiteit.
Terug naar dat meisje van negen
Is het werkelijk een dubbele boodschap om te zeggen dat je zelf keuzes mag maken, maar ook God moet gehoorzamen? Natuurlijk niet.
Ieder meisje in Nederland leert dat ze zelf keuzes mag maken, maar ook haar ouders moet gehoorzamen en uiteindelijk moet handelen binnen de grenzen van de wet. Niemand noemt dat een tegenstrijdigheid. Waarom zou het dat wél zijn wanneer gehoorzaamheid aan God wordt genoemd?
De échte botsende of dubbele boodschappen komen van degenen die beweren dat moslims vrij zijn om hun geloof te beleven, zich te organiseren, hun ideeën vorm te geven en actief bij te dragen aan een betere samenleving — maar diezelfde vrijheid in de media en politiek onmiddellijk veroordelen zodra moslims daar daadwerkelijk gebruik van maken. De echte tegenstrijdigheid ontstaat wanneer van moslims wordt verwacht dat zij participeren als volwaardige burgers van Nederland, maar hun vrijheden vervolgens worden gepresenteerd als een bedreiging voor ‘onze waarden’, ‘onze vrijheden’ of ‘ons normaal’.
Dát is de werkelijke contradictie.
En probeer dat maar eens uit te leggen aan een meisje van negen op een reformatorische of islamitische school.