Een van de belangrijkste vragen die een moslim zichzelf regelmatig zou moeten stellen, is: waarom doe ik wat ik doe? We kunnen aan de buitenkant goede daden verrichten. We kunnen bidden, vasten, sadaqah geven, Koran reciteren, kennis opdoen en anderen helpen. Maar de waarde van een daad wordt niet alleen bepaald door hoe mooi die daad eruitziet. Een van de belangrijkste zaken is wat zich in het hart bevindt: voor wie doen we het? De vraag “Hoe zuiver ik mijn intentie?” is daarom geen onbelangrijke vraag. Het is juist een vraag die iedere gelovige regelmatig aan zichzelf zou moeten stellen.
Tegelijkertijd is het belangrijk om te begrijpen dat het tot op zekere hoogte gezond is om je eigen intentie in twijfel te trekken. De metgezellen van de Profeet ﷺ waanden zichzelf niet veilig voor hun nafs, hun begeerten en de influisteringen en listen van de shaytaan. Zij dachten niet: “Mij zal dit nooit overkomen.” Juist die waakzaamheid beschermde hen.
Wanneer iemand ervan overtuigd raakt dat hij nooit last zal hebben van riyaa’ (doen van goede daden om gezien of geprezen te worden), hoogmoed of andere problemen van het hart, kan dat hem juist kwetsbaar maken. Daarom is het belangrijk om jezelf regelmatig te onderzoeken: Waarom doe ik dit? Voor wie doe ik dit? En van wie verlang ik de beloning?
De intentie is een fundament van onze daden
De intentie, of niyyah, neemt een zeer belangrijke plaats in binnen de islam. Veel van wat wij doen wordt beoordeeld aan de hand van onze intentie. Niet alleen het feit dat we een daad verrichten is belangrijk, maar ook waarom we die daad verrichten. Allah zegt:
وَمَا أُمِرُوا إِلَّا لِيَعْبُدُوا اللَّهَ مُخْلِصِينَ لَهُ الدِّينَ حُنَفَاءَ وَيُقِيمُوا الصَّلَاةَ وَيُؤْتُوا الزَّكَاةَ وَذَلِكَ دِينُ الْقَيِّمَةِ
“En zij werden niets anders bevolen dan Allah te aanbidden, terwijl zij hun aanbidding oprecht aan Hem wijden, als monotheïsten, en het gebed onderhouden en de zakaat geven. En dat is de rechte religie.”
Oprechtheid tegenover Allah is dus geen bijkomstigheid. Het behoort tot de kern van de ware religie. Allah zegt ook:
وَمَنْ كَانَ يَرْجُو لِقَاءَ رَبِّهِ فَلْيَعْمَلْ عَمَلًا صَالِحًا وَلَا يُشْرِكْ بِعِبَادَةِ رَبِّهِ أَحَدًا
“Wie dus hoopt op de ontmoeting met zijn Heer, laat hem goede daden verrichten en niemand naast zijn Heer in de aanbidding tot deelgenoot maken.”
Een vorm van het nemen van een deelgenoot in aanbidding is riyaa’: het verrichten van een aanbidding zodat anderen het zien, zodat zij je prijzen, bewonderen of een bepaalde status aan je toekennen. Dit is een vorm van kleine shirk. Daarom moeten we onze intentie niet één keer controleren en vervolgens denken dat het klaar is. Het is iets waar we gedurende ons hele leven aandacht aan moeten blijven besteden. De Profeet ﷺ zei in de bekende hadith van ‘Umar ibn al-Khattab:
إِنَّمَا الْأَعْمَالُ بِالنِّيَّاتِ، وَإِنَّمَا لِكُلِّ امْرِئٍ مَا نَوَى
“De daden worden beoordeeld op basis van de intenties en ieder mens krijgt slechts datgene wat hij heeft bedoeld.”
Deze hadith laat zien hoe fundamenteel de intentie is. Een daad kan er voor mensen prachtig uitzien, terwijl de waarde ervan bij Allah volledig afhankelijk is van de intentie waarmee die daad is verricht.
Adviezen om je intentie te zuiveren
Hoe kunnen we er in de praktijk voor zorgen dat onze intentie oprechter wordt? Een aantal belangrijke adviezen:
Toon jouw aanbidding niet onnodig
Een eerste praktische manier om je intentie te beschermen, is om je aanbiddingen niet onnodig aan anderen te tonen. Dit geldt vooral voor vrijwillige daden van aanbidding. Denk aan vrijwillige gebeden, extra sadaqah, vrijwillig vasten of een vrijwillige ‘umrah. Niet iedereen hoeft te weten wat jij tussen jou en Allah doet. Dit betekent niet dat iedere aanbidding verborgen moet plaatsvinden. Er zijn immers verplichte daden waarbij het juist beter of zelfs noodzakelijk is dat deze openbaar worden verricht.
Een duidelijk voorbeeld is het gezamenlijke gebed in de moskee. Voor mannen is het gezamenlijke gebed in de moskee beter dan het gebed thuis. Je kunt daarom niet zeggen:
“Ik wil mijn intentie beschermen, dus ik bid liever thuis zodat niemand mij ziet.”
Als dat de juiste manier was geweest om je intentie te beschermen, dan zouden de Profeet ﷺ en zijn metgezellen dat ook hebben gedaan. Het feit dat het gezamenlijke gebed juist aangemoedigd wordt, laat zien dat we de religieuze voorschriften niet mogen verlaten onder het mom van het beschermen van onze intentie.
Maak verborgen aanbidding tot een gewoonte
Sterker nog, probeer juist meer daden van aanbidding in het geheim te verrichten. Dat kan een krachtige manier zijn om je hart te trainen. Wanneer jij gewend raakt om alleen voor Allah te bidden, du‘aa te doen en goede daden te verrichten, terwijl niemand anders daarvan weet, wordt het makkelijker om je intentie te bewaken.
Denk bijvoorbeeld aan het gebed in de nacht. Je kunt een aantal raka‘aat bidden wanneer iedereen slaapt. Je kunt vlak voor Fajr opstaan en du‘aa doen terwijl niemand weet dat jij bent opgestaan. Je kunt vrijwillig vasten zonder anderen daarover te vertellen.
Want wanneer je alleen aanbidding verricht wanneer anderen kijken, kan het steeds moeilijker worden om jezelf tot aanbidding te bewegen wanneer niemand kijkt. Dat kan een aanwijzing zijn dat iemand kwetsbaar is voor riyaa’.
Zie jezelf voor je op de Dag des Oordeels
Het tweede advies is krachtig: Stel je voor dat jij op de Dag des Oordeels voor Allah staat. Niet tussen je vrienden. Niet tussen je familie. Niet omringd door mensen die je bewonderen. Maar alleen voor Allah. Op die Dag worden jouw daden aan jou gepresenteerd. Je kunt niets ontkennen. En dan wordt zichtbaar wat jouw werkelijke bedoeling achter die daden was. De Profeet ﷺ heeft in een bekende overlevering van Abu Hurayrah4 in Sahih Muslim verteld over drie mensen die op het eerste gezicht tot de beste mensen lijken te behoren. Maar hun intenties waren niet zuiver.
De eerste: iemand die als martelaar werd gezien. De eerste persoon was iemand die stierf als martelaar. Allah brengt Zijn gunsten aan hem in herinnering en hij ontkent deze niet. Vervolgens wordt hem gevraagd wat hij met die gunsten heeft gedaan. Hij antwoordt dat hij op de weg van Allah heeft gestreden totdat hij als martelaar stierf. Maar Allah zegt tegen hem: “Je liegt.” Ook de engelen zeggen dat hij liegt. Omdat hij niet werkelijk voor Allah had gestreden. Hij wilde dat mensen zouden zeggen: “Kijk hoe dapper deze man is.” En dat is precies wat de mensen over hem hebben gezegd. Vervolgens wordt hij met zijn gezicht over de grond gesleept en in het hellevuur geworpen.
De tweede: de geleerde en Koran reciteur. Ook hij krijgt de gunsten van Allah voorgelegd. Hij vertelt dat hij kennis heeft onderwezen, kennis heeft verspreid en de Koran heeft gereciteerd omwille van Allah. Maar Allah zegt: “Je liegt.” Hij deed het zodat mensen zouden zeggen: “Kijk hoe geleerd hij is.” “Kijk hoe goed hij de Koran reciteert.” En dat hebben de mensen inderdaad gezegd. Ook hij wordt vervolgens naar het hellevuur gesleept.
De derde: de rijke en vrijgevige persoon. De derde persoon is een vermogend man die veel sadaqah gaf. Van buiten lijkt dit opnieuw een geweldige daad. Maar wanneer hem wordt gevraagd wat hij met zijn rijkdom heeft gedaan, vertelt hij over zijn vrijgevigheid. Ook tegen hem wordt gezegd:“Je liegt.” Hij gaf zodat mensen zouden zeggen: “Kijk hoe vrijgevig hij is.” “Kijk hoeveel sadaqah hij geeft.” Ook hij wordt in het hellevuur geworpen. De Profeet ﷺ vertelt vervolgens dat met deze drie mensen het hellevuur wordt aangestoken.
Een goede daad is niet automatisch een geaccepteerde daad
Dit is een buitengewoon belangrijke les. Als wij naar deze drie personen zouden kijken zouden we waarschijnlijk zeggen: die persoon heeft gestreden, die persoon heeft kennis opgedaan en onderwezen en die persoon heeft veel sadaqah gegeven. Aan de buitenkant zijn het indrukwekkende daden. Maar Allah kijkt niet alleen naar de buitenkant. Daarom moeten wij onszelf steeds opnieuw vragen: Waarom doe ik wat ik doe? Van wie wil ik de beloning ontvangen?
Zie jouw goede daden als een gunst van Allah
Het derde advies is afkomstig van Ibn al-Qayyim5, zoals genoemd in zijn werk Madarij as-Salikin. Hij adviseert dat een persoon moet beseffen dat zijn goede daden zelf een geschenk van Allah zijn. Dit is een diepgaande manier om naar onze aanbidding te kijken. Wij kunnen namelijk gemakkelijk denken: “Ik bid.” “Ik vast.” En vervolgens kan er ongemerkt een gevoel ontstaan: “Kijk hoe goed ik ben.” Maar waar komt het vermogen om deze goede daden te verrichten eigenlijk vandaan? Wie heeft jou het hart gegeven dat naar aanbidding verlangt? Wie heeft jou geleid naar het goede? Wie heeft ervoor gezorgd dat je onderscheid kunt maken tussen waarheid en valsheid? Wie heeft ervoor gezorgd dat je hart vatbaar is voor het goede? Het antwoord is: Allah.
Standvastigheid is een gunst
De verleidingen van vandaag zijn talrijk. Er zijn ontelbaar veel deuren naar zonde en dwaling en veel daarvan zijn bovendien openlijk en gemakkelijk toegankelijk. Als Allah jou desondanks standvastig houdt op bepaalde vormen van aanbidding, moet je dat niet uitsluitend zien als een prestatie van jezelf. Het is een gunst van Allah.
De dankbaarheid van Dawud
Hij zei in betekenis:
“O mijn Heer, hoe kan ik U ooit dankbaar zijn, terwijl mijn dankbaarheid zelf een gunst van U is waarvoor ik U dankbaar zou moeten zijn?”
In het Arabisch:
يَا رَبِّ كَيْفَ أَشْكُرُكَ، وَشُكْرِي نِعْمَةٌ مِنْ عِنْدِكَ تَسْتَوْجِبُ شُكْرًا
Als Allah jou het vermogen geeft om dankbaar te zijn, dan is ook die dankbaarheid zelf een gunst van Allah. Het is een besef dat je nederig maakt.
Kijk naar jouw goede daden zoals je kijkt naar je zicht en gehoor
Ibn al-Qayyim geeft hierbij een mooie vergelijking. Hij zegt dat een persoon naar zijn goede daden moet kijken zoals hij kijkt naar zijn zicht en gehoor. Niemand van ons denkt: “Ik heb ontzettend hard gewerkt voor mijn ogen.” Of: “Ik heb zoveel moeite gedaan om mijn oren te krijgen.” We weten dat onze ogen en ons gehoor gunsten van Allah zijn. Daarom zeggen we: “ Alhamdulillah.” En we hopen dat Allah deze gunsten voor ons beschermt. Op dezelfde manier moeten we naar onze goede daden kijken. Niet alsof wij ze volledig zelfstandig hebben voortgebracht. Maar als een gunst die Allah ons heeft geschonken.
Oprechtheid begint met afhankelijkheid van Allah
Wanneer je deze bovenstaande adviezen combineert ontstaat een krachtige manier om jouw intentie te zuiveren. En Allah weet het beste.