Afgunst (al-hasad) en het boze oog (al-‘ayn) zijn onderwerpen waar binnen de islam veel over wordt gesproken. De Profeet ﷺ heeft duidelijk gemaakt dat het boze oog werkelijk bestaat en dat het schade kan veroorzaken. Tegelijkertijd is het belangrijk om hier op een evenwichtige manier mee om te gaan. Niet iedere tegenslag, ziekte, financiële moeilijkheid of andere vorm van ongemak is automatisch het gevolg van het boze oog of de afgunst van een ander.
De islam leert ons daarom twee dingen tegelijkertijd: we moeten ons beschermen tegen het kwaad van al-‘ayn en al-hasad, maar we mogen niet in angst, achterdocht en beschuldigingen vervallen. We beschermen onszelf door de middelen te nemen die Allah en Zijn Boodschapper ﷺ ons hebben geleerd, terwijl we tegelijkertijd vertrouwen op Allah en Zijn besluit.
Al-‘ayn en al-hasad zijn werkelijk
De eerste belangrijke uitgangspositie is dat het boze oog en afgunst daadwerkelijk schade kunnen veroorzaken. De Profeet ﷺ heeft gezegd dat het oog een waarheid is. Dat betekent dat een moslim het bestaan ervan niet moet ontkennen. Wanneer iemand een bepaalde gunst bij een ander ziet zoals bijvoorbeeld: gezondheid, schoonheid, rijkdom, succes, kinderen, een huwelijk, een onderneming of andere gunsten kan afgunst ontstaan. Dit kan bewust gebeuren, maar ook zonder dat iemand zichzelf als afgunstig beschouwt.
Niet iedere tegenslag komt door het boze oog
Wanneer iemand ziek wordt, financieel verlies lijdt, problemen binnen zijn huwelijk krijgt, zijn onderneming ziet tegenvallen of meerdere tegenslagen achter elkaar ervaart, kan het verleidelijk zijn om direct te denken: Iemand heeft mij het boze oog gegeven. Maar hoe kunnen we dat met zekerheid weten? Dat kunnen we niet. Het ongeziene (al-ghayb) behoort tot de kennis van Allah. Er kunnen bepaalde aanwijzingen zijn die een bepaalde oorzaak waarschijnlijk maken, maar waarschijnlijkheid is iets anders dan zekerheid. Wie beweert met absolute zekerheid dat een bepaalde ziekte of tegenslag door al-‘ayn of al-hasad is veroorzaakt, begeeft zich op een terrein waarvoor kennis van het ongeziene nodig is. Die kennis hebben wij niet.
Vergeet niet waarvoor de dunya is geschapen
Er is nog een belangrijke reden waarom we niet iedere tegenslag aan het boze oog moeten koppelen: de dunya is een plaats van beproeving. Tegenslagen horen bij het leven. Allah heeft deze wereld niet geschapen als een plaats waarin alles voortdurend goed gaat. Gezondheid verandert. Bezit komt en gaat. Mensen worden rijk en kunnen vervolgens weer minder krijgen. Een onderneming kan groeien en later tegen moeilijkheden aanlopen. Een persoon kan jarenlang gezond zijn en vervolgens ziek worden. Dat hoort bij de aard van deze wereld. Wanneer iets misgaat, kan het verleidelijk zijn om te denken: “Wie heeft dit mij aangedaan?” Maar soms is het antwoord eenvoudigweg: dit is een beproeving van Allah. Wanneer een moslim sabr heeft bij een beproeving, wordt hij daarvoor bij Allah beloond. Een tegenslag hoeft dus niet uitsluitend als iets negatiefs te worden gezien. Zelfs moeilijkheden kunnen uiteindelijk onderdeel worden van iemands beloning en groei bij Allah.
De dunya is niet bedoeld om perfect te zijn
Dit is een belangrijk onderdeel van onze kijk op het leven. De dunya is niet eeuwig. Alles wat toeneemt, neemt uiteindelijk weer af. Alles wat stijgt, kan weer dalen. Wat vandaag sterk is, kan morgen zwak zijn. Dat geldt voor onze gezondheid, onze rijkdom, onze bezittingen, onze positie en ons levenscomfort. Daarom moeten we niet in paniek raken wanneer er tijdelijk iets misgaat. Wanneer je gezondheid achteruitgaat, wanneer je onderneming een moeilijke periode doormaakt of wanneer je meerdere problemen tegelijkertijd tegenkomt, betekent dat niet automatisch dat iemand jou iets heeft aangedaan. De dunya is een plaats van beproeving en alles wat daarin gebeurt staat uiteindelijk in verbinding met het hiernamaals.
Hoe bescherm je jezelf tegen al-‘ayn en al-hasad?
Dat betekent natuurlijk niet dat we het boze oog en afgunst moeten negeren. De islam heeft ons juist middelen gegeven om onszelf te beschermen. Er zijn in het bijzonder twee belangrijke zaken om aandacht aan te besteden:
- Het verrichten van adhkar en smeekbeden.
- Verstandig omgaan met wat je met anderen deelt.
Bescherm jezelf met adhkar
Een van de belangrijkste middelen waarmee een moslim bescherming zoekt tegen het ongeziene, is het verrichten van de adhkar die de Profeet ﷺ ons heeft geleerd. Een bijzonder belangrijk onderdeel hiervan zijn de drie beschermende soera’s:
- Soerah al-Ikhlas (Qul huwa Allahu ahad)
- Soerah al-Falaq (Qul a‘udhu bi rabbil-falaq)
- Soerah an-Nas (Qul a‘udhu bi rabbin-nas)
Deze soera’s worden in de ochtend en avond drie keer gereciteerd. De Profeet ﷺ heeft deze recitaties als bescherming aangewezen. Vooral soerah al-Falaq en an-Nas zijn krachtige smeekbeden waarin de gelovige bescherming zoekt tegen verschillende vormen van kwaad. Maak er daarom een vaste gewoonte van om deze soera’s iedere ochtend en iedere avond te reciteren.
Daarnaast heeft de Profeet ﷺ ons de volgende smeekbede geleerd:
بِسْمِ اللَّهِ الَّذِي لَا يَضُرُّ مَعَ اسْمِهِ شَيْءٌ فِي الْأَرْضِ وَلَا فِي السَّمَاءِ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ
Bismillahilladhi la yadurru ma‘a ismihi shay’un fil-ardi wa la fis-sama’i wa huwa as-Sam‘ul-‘Alim.
Betekenis: “In de Naam van Allah, met Wiens Naam niets op aarde en niets in de hemel kan schaden. Hij is de Alhorende, de Alwetende.”
Deze dhikr wordt drie keer in de ochtend en drie keer in de avond gezegd. In de overlevering wordt genoemd dat degene die dit in de ochtend drie keer zegt, beschermd wordt tegen schade tot de avond. Wie dit in de avond drie keer zegt, wordt beschermd tot de ochtend. De adhkar zijn een middel (sabab) dat Allah ons heeft voorgeschreven.
Niet iedereen hoeft alles over jou te weten
Naast de adhkar is er een tweede belangrijk advies: wees selectief in wat je met anderen deelt. Niet iedereen hoeft alles over jou te weten. En niet iedereen hoeft alles van jou te zien. Dat betekent niet dat je geheimzinnig moet worden. Het betekent dat je verstandig moet omgaan met persoonlijke informatie, vooral wanneer het gaat om zaken die nog niet afgerond zijn.
Denk bijvoorbeeld aan het advies van Ya‘qub1 aan zijn zoon Yusuf2. Ya‘qub3 zei tegen hem:
“O mijn zoon, vertel jouw droom niet aan jouw broers, want zij zullen een list tegen jou smeden. Voorwaar, de shaytan is voor de mens een duidelijke vijand.”
Dit laat zien dat er situaties zijn waarin het verstandig is om bepaalde zaken niet met iedereen te delen. Ook wordt in de overleveringen een uitspraak genoemd:
اِسْتَعِينُواعَلَىإِنْجَاحِالْحَوَائِجِبِالْكِتْمَانِ
“Help jezelf bij het laten slagen van je bezigheden door geheimhouding.”
Daarbij wordt genoemd:
فَإِنَّ كُلَّ ذِي نِعْمَةٍ مَحْسُودٌ
“Want iedere begunstigde heeft te maken met afgunst.”
De boodschap hiervan is niet dat je niemand meer mag vertellen wat er in je leven gebeurt. De boodschap is dat discretie soms verstandig is. Hier zit echter een belangrijke nuance. Sommige mensen kunnen dit advies namelijk veel te ver doorvoeren. Er zijn mensen die zo bang zijn voor afgunst dat ze zich vrijwel volledig afsluiten van hun familie en vrienden. Ze vertellen niemand meer wat ze doen, houden ieder succes verborgen en nemen zelfs afstand van mensen die jarenlang dicht bij hen hebben gestaan. Dat is niet de bedoeling. Het beschermen tegen al-hasad mag nooit een excuus worden om familiebanden te verbreken. Sterker nog, wanneer Allah jou begunstigt met rijkdom, succes of andere gunsten, zouden de mensen die dicht bij jou staan daar juist iets van mogen merken. Stel dat Allah jou veel rijkdom heeft gegeven. Je hebt een goed inkomen, een succesvolle onderneming of een groot vermogen opgebouwd. Dan is het niet de bedoeling dat je vanuit angst voor afgunst iedereen om je heen volledig buitensluit.
Je hoeft niet aan iedereen te vertellen hoeveel geld je hebt. Maar je kunt wel iets doen voor je ouders, broers en zussen, grootouders, ooms en tantes, neefjes en nichtjes of goede vrienden. De mensen die dicht bij jou staan, zouden juist één van de eersten moeten zijn die profiteren van de gunsten die Allah jou heeft geschonken. Want uiteindelijk zijn het niet jouw eigen verdiensten die op zichzelf staan. De gunsten die je bezit, zijn gunsten van Allah. Als Allah jou meer heeft gegeven, dan is een mooie manier om dankbaarheid te tonen dat je anderen daarvan laat profiteren. Door anderen mee te laten profiteren van de gunsten die Allah jou heeft gegeven, kunnen de scherpe kanten van afgunst soms verdwijnen en kan er juist meer liefde en gunning ontstaan.
De belangrijkste lessen
Afgunst en het boze oog zijn werkelijk. Een moslim mag daarom bescherming zoeken en moet de adhkar die de Profeet ﷺ heeft geleerd serieus nemen. Maar tegelijkertijd moeten we oppassen voor een andere valkuil: alles verklaren vanuit al-‘ayn of al-hasad. Niet iedere ziekte is het boze oog. Niet iedere financiële tegenslag is het boze oog. De dunya is een plaats van beproeving. Soms gaat het simpelweg een periode minder goed. Onze taak is dan om sabr te hebben, Allah’s qadr te accepteren en te vertrouwen op Zijn wijsheid. Neem daarnaast de middelen die Allah ons heeft gegeven: verricht je ochtend- en avondadhkar, reciteer al-Ikhlas, al-Falaq en an-Nas, en vraag Allah om bescherming en welzijn. Wees bovendien verstandig met wat je deelt. Niet iedereen hoeft alles over jouw leven te weten, zeker niet wanneer het gaat om plannen die nog niet afgerond zijn. Discretie kan bescherming bieden. Maar laat die voorzichtigheid nooit veranderen in het verbreken van familiebanden, het isoleren van jezelf of het onthouden van gunsten aan de mensen die van jou afhankelijk zijn. Als Allah jou rijkdom, gezondheid, kennis, succes of andere gunsten geeft, wees dan dankbaar en laat anderen daarvan profiteren. Neem de middelen, maar vertrouw op Allah. En Allah weet het beste.