Zoals tijdens ieder groot kampioenschap, klinkt ook dit WK weer veel kritiek op de Nederlandse jongens die ervoor kiezen om voor het Marokkaanse elftal te spelen. Ze zouden ondankbaar zijn en bewijzen dat de integratie zou zijn mislukt. In deze column bekijkt Kasım Tekin de zaak anders. Volgens hem is hun keuze juist kenmerkend voor échte Nederlanders.
Ik kijk nooit echt naar voetbal. Ik vind ‘t maar tijdverspilling. Naar het Turkse elftal kijk ik al helemaal niet meer. Zo’n vijftien jaar geleden dwong mijn dokter me om daarmee te stoppen. Volgens hem zou zelfs roken minder slecht zijn voor mijn hart en bloeddruk, dan Turks voetbal kijken. Gelukkig heb ik geluisterd en ging dit WK-drama een beetje aan me voorbij.
Als tiener volgde ik het Nederlands elftal wél op de voet. Een overwinning voor Oranje kon mij net zo euforisch maken als een nederlaag mij depressief. Toch is het al jaren steeds moeilijker aan het worden om voetbalvreugde te delen met die ‘grote massa’ Oranjefans, waarvan ik weet dat miljoenen zich hebben laten misleiden door extreemrechtse partijen en bewust hebben gestemd voor minder Nederlandse islam en minder Nederlandse moslims. Daarmee hebben zij het leven van mij en een miljoen andere burgers bewust bemoeilijkt.
Wíl je je dan nog wel een trotse Nederlander voelen?
Jawel.
Hoe we het ook wenden of keren, wij moslims hebben ons inmiddels redelijk ingevochten en gaan daarmee door. Een bijkomstigheid van dat proces is dat we ook daadwerkelijk steeds Nederlandser zijn geworden, ook in onze mentaliteit. En dat wordt ons, gek genoeg, niet altijd in dank afgenomen door de gemiddelde Nederlander.
De paradox van de échter Nederlander
De échte Nederlander is eigenlijk helemaal niet de typische patriot die in alles altijd voor Nederland kiest. De gemiddelde Nederlander is pragmatisch (hoewel dat lijkt af te nemen), heeft een iets meer dan gezonde dosis zelfkritiek en is individualistisch genoeg om te kiezen waar hij of zij zich goed bij voelt en wat hem of haar voordeel oplevert.
Kan de Nederlander belasting ontwijken, dan gaat hij vlak over de grens wonen als de situatie hem dat mogelijk maakt. Heeft de Nederlander het breed genoeg om achter haar geluk aan te gaan, dan kiest zij al gauw voor een huisje in Spanje of Zuid-Frankrijk om daar te genieten van haar pensioen, zonder dat onze economie daarvan profiteert. En kan de Nederlander elders in de voetbalwereld een betere carrière maken of flink geld verdienen, dan wordt hij daar gewoon bondscoach van Curaçao, Zuid-Korea, Rusland of Saoedi-Arabië.
Kortom, de Nederlander doet een beetje waar hij zin in heeft en stelt zich als persoon niet te gauw ondergeschikt op aan het collectief, laat staan dat hij zich erdoor laat vernederen. En wanneer hij voor zichzelf kiest, laat hij zich al helemaal niet aanpraten dat hij daardoor geen échte Nederlander zou zijn.
Dubbele maat
Maar dat gaat natuurlijk allemaal over de ‘witte’ Nederlander. Dat die Nederlander een buitenlandse ouder, grootouder of achternaam heeft, maakt niet zoveel uit, zolang hij of zij maar wit is en de achternaam een beetje Angelsaksisch, Latijns of Germaans klinkt.
Bij tweederangs Nederlanders (lees: moslims), wordt die Nederlandse houding echter niet gewaardeerd. Die eigenwijze, kritische en zelfverzekerde houding, waarbij individuen zich de vrijheid permitteren om te doen en laten waar zij zich goed bij voelen en hun geluk achterna te gaan (zolang zij binnen de kaders van de wet blijven), wordt bij in Nederland geboren en getogen moslims die die Nederlandse houding hebben geïnternaliseerd, niet gezien als iets prijzenswaardigs, maar als bijdehand, brutaal en zelfs ondankbaar.
Wanneer zij kiezen voor hun geluk of voor een carrière waar zij zich goed bij voelen, moeten zij dat op allerlei manieren verantwoorden… maar dan ook écht verantwoorden. Van hen wordt een onderbouwing verwacht, en wel een die consistent is en de scherpste tegenargumenten kan doorstaan. Geen onderbouwing wordt niet geaccepteerd. Zelfs het ‘gevoel’ dat iemand heeft, moet rationeel verdedigd kunnen worden.
En zo hoeft Jurgen van 21 uit Hilversum, wiens vader met diens buitenlandse BV belasting ontwijkt en met het overgebleven geld kan investeren in dubieuze financiële constructies om een passief inkomen te vergaren, zich niet te verantwoorden over waarom hij in de zomer rondloopt in zijn Messi-shirt van het Argentijnse nationale elftal. Redouan van 14 daarentegen, wiens opa en vader zich kapot hebben gewerkt in de Nederlandse industriële sector en ook nog eens flink belasting betaalden vanwege het absurde Nederlandse systeem waarbij werken wordt afgestraft, moet zich ineens academisch verweren tegen claims van ondankbaarheid en landverraad, omdat hij rondloopt in een namaakshirt van het Marokkaanse elftal. Melissa van 28, die zich met in Nederland vergaard startkapitaal volledig onderdompelt in de Amerikaanse startup-cultuur wordt gezien als iemand die haar dromen achternagaat. Mehmet van 70, die zijn laatste dagen wilt doorbrengen bij zijn broers en zussen in Turkije, wordt erop aangekeken dat hij zijn zuurverdiende pensioencentjes Nederland uit laat vloeien.
Ondankbaar!
Ondankbare Marokkanen
Ik begrijp steeds beter dat in Nederland opgegroeide jongens liever voor Marokko kiezen dan voor Nederland. Ik vind het jammer! Maar ik begrijp het wel. Ze kiezen wat goed voor ze is.
Zelfs ik, die niets Marokkaans in zich heeft, voel me momenteel beter bij het idee dat het Marokkaanse volk vreugde beleeft aan een WK-winst dan wij zure Nederlanders. Dat volk – van mopperende douanebeambten tot geïrriteerde verkeersagenten, van sloppenwijkbewoners tot docenten, marktkooplui, horecapersoneel en juristen – geeft mij tijdens mijn jaarlijkse reizen naar Marokko altijd een warm onthaal wanneer ze horen dat ik uit Nederland kom, en een nog veel enthousiastere reactie wanneer ik vertel over mijn Turkse afkomst. Ik ben meteen welkom. Meer dan welkom.
En ja, ik ben me er echt wel van bewust dat een gast soms beter behandeld wordt dan anderen, dat de marktkoopman mij niet écht als zijn ‘vriend’ ziet en dat ook daar het dagelijks leven zijn duistere kanten kent. Daarvoor ben ik er vaak genoeg langdurig geweest. Maar feit blijft dat het gevoel dat zij daar een Nederlandse moslim geven vele malen fijner is dan het gevoel dat ons hier wordt gegeven door een groot percentage van de Oranjesupporters. En dat voelen ook die Nederlandse jongens met een Marokkaans paspoort.
Wanneer zij daar goed presteren, zijn ze helden. Wanneer ze slecht presteren, zijn ze geen landverraders, criminelen, buitenlanders of niet-Marokkanen. Ze zijn gewoon Brahim Diaz die een penalty verprutst en daarom op de persoon wordt beledigd. Niet meer, niet minder. Hier zijn de reacties op het gekleurde Nederlands elftal echter niet om aan te zien. Het racisme spat ervan af, en dan heeft het elftal nog niet eens verloren!
Eindelijk échte Nederlanders
Voor échte Nederlanders als deze jongens, is de rekensom dus snel gemaakt.
Eerdere generaties moslims waren nog niet Nederlands genoeg om hun eigen wil achterna te kunnen gaan. Zij waren dankbaar voor bepaalde kansen die zij kregen en nog niet brutaal genoeg om op z’n Nederlands achter hun arbeidsrechten aan te gaan, laat staan dat ze konden doen waar ze zich goed bij voelden.
Maar die tijd is voorbij, en dat vinden veel mensen nog moeilijk om te accepteren. Toch is dit wat we met zijn allen claimden te willen: in Nederland geboren moslims zijn échte Nederlanders geworden, hebben de Nederlandse mentaliteit geïnternaliseerd en kiezen daardoor waar zij zich goed bij voelen. In dit geval is dat spelen voor een elftal waarvan zij zien dat zij de supporters blij kunnen maken, in plaats van voor een elftal dat niet eens laat zien dat het de spelers er écht bij wilt hebben en voor wiens supporters je het eigenlijk nooit echt helemaal goed kunt doen.
En dus jagen deze Nederlandse jongens op z’n Nederlands hun succes na, door te spelen voor Marokko, Kaapverdië en Turk… uhm… Einde artikel.